Geven is leven!

Theologische verdieping naar aanleiding preek 25 november 2018

Geven is leven!

Als je iets belooft dan moet je dat natuurlijk ook nakomen. Als je de preek geluisterd hebt van 25 november 2018, dan snap je waarom dit artikel naar boven is komen drijven. Ik ga enkele theologische schetsen geven rondom het geven.
1. Heel opvallend is te noemen dat van de 38 gelijkenissen in de Bijbel er 11 over geld gaan.
2. 1 van de 7 teksten in het Nieuwe Testament gaan over geld.
3. En Jezus heeft het vaker over geld dan over de hel en de hemel!

Tienden?

Een veelbesproken onderwerp in de kerk van Jezus Christus. Allereerst zien we in het Oude Testatment dat Abraham en Jacob hun tienden geven aan God. Gewoon omdat ze dit graag willen doen. Er is niemand die hen verplicht dit te doen.
Helaas is in mijn ogen vaak de bekende tekst uit Maleachi 3:8-10 gebruikt om christenen vanuit een schuld een boodschap mee te geven. “Als je niet je tienden geeft, dan steel je van God.”
Pastor Che Ahn1 geeft aan dat hij altijd zijn tienden gaf, maar dat daar recent verandering in gekomen is omdat hij gelooft dat er een dieper begrip ligt in de genade van God. De heer Ahn is niet de minste in charismatische kringen. Hij is de leider van het H.I.M.-network. Een netwerk waaraan wereldwijd 40.000 kerken verbonden zijn.
Frank Viola en George Barna zijn zelfs nog meer uitgesproken als het gaat over de tienden. In het boek Pagan Christianity delen zij enkele opvallende feiten vanuit de kerkgeschiedenis:

“Voor de 3e eeuw na Chr. hadden priesters geen inkomen. De mensen gaven vanuit hun eigen wil geld aan deze priesters. Als dit niet mogelijk was, werkten de priesters in de maatschappij om hun kosten te betalen. Het was keizer Constantijn (280-337) die het idee van een priesterlijk salaris introduceerde. Hij nam gemeentelijk geld en een gedeelte van de kerkfondsen om de priesters te betalen die in zijn rijk actief waren. We moeten wachten tot de 3e eeuw voordat iemand suggereert om tienden te betalen als gelovigen, om zo hun lokale priesters te voorzien. Cyprianus van Carthago suggereerde dit, maar het idee van tienden werd pas erkende praktijk in de 8e eeuw na Chr. En het werd pas wettelijk van kracht gemaakt in de 10 e eeuw na Chr. Inderdaad, dat is zo’n 900 jaar nadat Jezus had geleefd!2

Veel kerkleiders/kerkgangers worden boos als we het fenomeen ‘tienden’ aan de orde stellen, omdat men denkt dat het een 2000 jaar oude traditie is waaraan we morrelen. Maar in werkelijkheid bevragen we een leerstelling die pas in 900 na Chr. werd geïntroduceerd. Maar waar komen die tienden principe dan vandaan?

Het geven van je tienden was niet verplicht maar wel heel normaal in het Nabije Oosten (NO), gedurende de periode van de aartsvaders. In die tijd was het geven van je tienden geen wekelijkse bezigheid in een religieuze context
In Genesis 14:20 en 28 :20-22 zien we dat Abraham en Jacob hun tienden geven uit vrijgevigheid. Er was geen wet aan verbonden die dit verplichtte.
Later in het boek Leviticus zien we dat God een mandaat introduceert voor het volk van Israël. Omdat Israël op dat punt een theocratie was, keken de mensen naar God als hun koning. Hun priesters functioneerden niet alleen als religieuze leiders, maar ook als politieke leiders van het land. Het tienden-systeem was in feite een belastingstelsel om de nationale regering te ondersteunen en de daarbij behorende religieuze cultus. We weten dat dit waar is omdat het Oude Testament niet spreekt van een belastingsysteem maar van een tienden- systeem. Duidelijk is dat het tienden-syteem voor hoofdzakelijk drie dingen als belastingsysteem fungeerde:
1. Om zorg te dragen voor de Levieten (regeringsofficials)
2. Om zorg te dragen voor de feesten (regeringsactiviteiten)
3. Om zorg te dragen voor de weduwen en wezen (sociale vangnet)

Het systeem van tienden geven als belastingsysteem ging ook door in de tijd dat Jezus leefde. Alleen wist Jezus dat de tempel in 70 na Chr. vernietigd zou worden (Mattheus 24:1-2) inclusief de daarbij behorende religieuze cultus. (dus ook het tiendensysteem).
Waarschijnlijk vond Jezus het geven van tienden niet heel belangrijk. Zoals we eerder konden lezen is er na de vernietiging van te tempel in 70 na Chr. niemand die het geven van tienden weer introduceert dan pas rond het jaar 900 na Chr!3
Deze herinvoering van het tienden geven heeft niets te maken met het Bijbelse tienden-systeem dat onder Israëls (theocratische) oude verbond dienst deed.

Het is daarom niet gek dat na Pinksteren, het Nieuwe Testament geen enkele verwijzing geeft naar de tienden zoals deze gefunctioneerd heeft in het oude verbond.4
De enige keer dat er in het Nieuwe Testament wordt verwezen naar het geven van tienden is de mysterieuze figuur Melchisedek die leefde ten tijde van de aartsvaders (Hebreeën 7:5-9).
Om deze passage beter te begrijpen moeten we het boek Hebreeën begrijpen. Het hoofdthema in Hebreeën is ‘Jezus is beter’. Dat is goed nieuws.

Hebreeën 1-7: Jezus is beter.
• 1-2: Jezus de man van God die groter is dan engelen
• 3-4:13: Jezus de apostel is groter dan Mozes
• 4:14-6:12: Jezus de hogepriester is beter dan Aaron
• 6:13-7: Jezus is beter dan Melchisedek

Hebreeën 8-10: Het nieuwe verbond is beter.
• 8: Het nieuwe verbond is gebaseerd op betere beloften
• 9:1-10: Het nieuwe verbond heeft een beter heiligdom
• 9:11-28: Het nieuwe verbond heeft een beter offer
• 10:1-18: Het nieuwe verbond heeft betere resultaten

Hebreeën 11-13: Geloof is onze respons.
• 10:19-39: Geloof is de natuurlijke respons naar de ‘betere dingen’ van het nieuwe verbond. We verbinden met het nieuwe verbond door geloof
• 11: Adam, Noach, Henoch en vele anderen laten ons zien dat er voorbeelden zijn die uit geloof leefden met God
• 12: Geloof is de basis van een betere relatie
• 13: Geloof is een betere manier van leven

De rol van Melchisedek in Hebreeën was het priesterschap van Jezus te identificeren als groter dan die van Aaron. Jezus was niet gekwalificeerd om priester te zijn binnen het oude verbond omdat hij niet geboren is uit de stam van Levi (Hebreeën 7:13-14).
Voor een 1e-eeuwse Jood was het heel lastig om te accepteren dat een priester niet uit de stam van Levi geboren was. Daarom refereert de schrijver van Hebreeën naar Melchisedek waarin hij fungeerde als voor gedateerde priester. Het oude verbond was immers nog niet in gang gezet ten tijde van Melchisedek. Abraham was groter dan zijn afstammelingen, inclusief de Levieten. Melchisedek was zelfs groter omdat Abraham aan hem zijn tienden gaf. Omdat Jezus deel is van het priesterschap van Melchisedek en niet die van de Levitische priesterschap, is Jezus groter dan Melchisedek en het Levitische priesterschap! Dit betekent dat Jezus niet onder het oude verbond staat met alle wetten en voorschriften.

Niemand weet precies wie Melchisedek was, maar hij was koning en priester net als Jezus. Het goede nieuws is dat wij door onze adoptie als zonen en dochters van God ook een koninklijk priesterschap zijn! (1 Petrus 2:9)
Jezus, is de koning en priester van het nieuwe verbond in de orde van Melchisedek. Omdat wij in Christus zijn, betekent het dat ook wij in de orde van Melchisedek zijn. We zijn niet in de positie van Abraham die zijn tienden gaf aan Melchisedek, maar in de positie van Melchisedek. De schrijver van Hebreeën doet niet opnieuw een oproep om onze tienden te geven volgens de wet van Mozes, maar hij laat zien dat Jezus en het nieuwe verbond groter zijn danhet oude verbond. Het oude is voorbijgegaan en het nieuwe is permanent aanwezig.(Hebreeën 8:13).

Het tienden-systeem van het oude verbond vindt niet langer plaats in het nieuwe verbond. In plaats van een grote last op ons te leggen als christenen heeft Jezus ons iets veel beters gegeven. Hij heeft ons gevuld met Zijn Geest en daardoor hebben we Zijn natuur ontvangen. Dit betekent dat christenen de meest vrijgevige personen op aarde zijn! In plaats van een gegeven wet heeft Hij ons nu een gegeven levensstijl gegeven die vrijgevig is. Dit is een koninklijke vrijgevigheid die veel beter is dan tienden geven vanuit de wet.

Als we Gods natuur hebben, kan het dus niet anders dat wij ook vrijgevig willen leven. Als richtlijn zou ik zeggen dat 5-10% van je salaris geven als christen normaal is. Als je moeite hebt met vrijgevig zijn, dan betekent dit dat je waarschijnlijk nog geeft vanuit een wetmatigheid. Als je geeft vanuit geloof en relatie, zul je zien dat je alleen maar meer wil geven als dit naar gezonde richtlijnen ook mogelijk is.

Veel zegen en wijsheid in het vrijgevig zijn.
Het geven vanuit het nieuwe verbond geeft leven om je heen!

Enkele activaties om vrijgevigheid te stimuleren zodat dit leven voorbrengt:

• Zoek eens 10 teksten uit de Bijbel op die gaan over geven en schrijf dan op wat deze teksten met je doen.
• Investeer in iemands droom en zegen deze persoon voor de komende maand.
• Geef deze week een financieel bedrag aan iemand waarvan jij gelooft dat hij of zij het niet verdient. Dat is pure genade!
• Koop eens de boodschappen van de persoon voor je in de supermarkt en kijk wat vrijgevigheid kan doen in mensen.
• Schrijf een kaart en doe er wat geld in en geef deze kaart aan iemand.
• Breng eens in kaart hoeveel jij weggeeft en hoeveel je voor jezelf houdt iedere maand. Vraag aan God of hier verandering in mag komen.
• Ga God eens een week lang danken voor Zijn vrijgevigheid en wees dankbaar voor geld dat je misschien gaat vinden op straat. (Het kan 50 cent zijn, maar het gaat erom dat je dankbaarheid ontwikkelt voor de kleine dingen).
• Ga naar een MC-drive en creëer een kettingreactie: koop de burger van de persoon achter je en kijk of anderen het ook oppakken.